,

#4 Nu begint het echte werk

Welkom bij deel 4 van de serie ’10 eerste keren van het zadelmak maken’. In het vorige artikel hebben we het gehad over de 1ste baksnuffel en hoe je je paard helpt om de trainingslocatie in een positief licht te zien. In dit artikel zullen we het hebben over de eerste werkelijke trainingssessie en hoe je je paard kunt helpen de meeste voorruitgang te maken in een korte tijd.

Wanneer je paard zich dan veilig voelt op zijn nieuwe locatie en specifiek in de bak of de plek waar je zult gaan trainen, en je weet inmiddels waar zijn ‘gaten’ en zwakheden liggen op emotioneel, mentaal en fysiek vlak, is het nu tijd om daar beetje bij beetje verandering in te gaan brengen.

Mijn doel met de training, zeker in het begin, met het jonge paard is ‘get in, improve, get out’ oftewel: houd het kort en succesvol. Je hebt in dit begin namelijk met allerlei dingen te maken die een lange trainingsessie in de weg zouden staan of minder succesvol zouden maken zoals:

SAMSUNG CAMERA PICTURES

Boeboe

  • een korte aandachtsspanne
  • weinig conditie
  • weinig en/of scheve bespiering
  • aangeleerd dominant of onzeker gedrag
  • gewoonten die je paard nu ineens anders zal moeten doen; iets wat hem verbaasd en energie vergt

Al deze dingen hebben tijd nodig om te veranderen; geef je paardje die tijd. Dit is hoe je te werk gaat:

Stap 1: kies een ‘probleem’ uit om aan te werken

Stap 2: kies een strategie uit om de verbetering te krijgen

Stap 3: vraag de oefening, beloon *kort, en herhaal totdat er een verbetering plaats vind in snelheid, lichtheid, souplesse, met meer kalmte of enige andere vorm van kwaliteitsverbetering

Stap 4: zodra je de verbetering duidelijk hebt gevonden stop je met de oefening, beloon je je paard uitgebreid, en zoek je nog een nieuwe oefening uit om hetzelfde systeem af te lopen
Dit herhaal je met 2, misschien 3 verschillende dingen. Dan beloon je je paard en breng je hem daarna lekker terug naar zijn paddock, weide of stal.

De beloning kan van alles zijn: je kunt besluiten nog een poosje rustig met hem in de bak te chillen als je denkt dat hij dat zal waarderen, maar je kunt hem ook juist zo snel mogelijk weer terug naar zijn paddock brengen. Wat de betere optie is ligt uiteraard volledig aan je paard, de timing en hoe de sessie verliep.

*hoe kort je besluit de korte beloning te maken is afhankelijk van hoe je paard in elkaar zit kwa karakter: is hij een snelle denker/beweger of heeft hij juist veel tijd nodig om op gang te komen?
Daarnaast is het belangrijk de beloning te matchen aan de inspanning. Hoe meer moeite de inspanning je paard heeft gekost, hoe groter de beloning behoort te zijn. En daarbij leggen we de nadruk op hoeveel inspanning het je paard heeft gekost, niet hoeveel jij denkt dat hij de beloning verdiend. Iets kan heel simpel zijn voor ons, maar jouw specifieke paard een hoop mentale, emotionele of fysieke energie hebben gekost. Let hierop en probeer het eerlijk in te schatten.

11225429_923295427743077_7031759192901055854_n

Yssa

Een praktisch voorbeeld was de jonge Yssa (kruising KWPN X Ijslander) die in 2015 bij me in training was om zadelmak te worden gemaakt.
Yssa was een enorme zenuwpees: ze hield alles in de gaten en ging aan de snurk & ren als er ook maar het minste geringste gebeurde. Ze was de eerste paar keren voortdurend gespannen vanaf het moment dat we paddock verlieten tot de eerste paar minuten in de bak. De oefeningen in de bak hielpen haar en al gauw ontspande ze sneller en sneller totdat ze ook onderweg naar de bak oké was.

Volgens het stappenplan zoals hierboven aangegeven deden we o.a het volgende:

Stap 1: aan te pakken ‘puzzel’: Yssa leren aandraven op de volte

Stap 2: strategie: steeds op hetzelfde punt op de volte mijn hulp aanbieden en i.p.v door mijn fases te gaan en meer druk op haar te zetten, iedere keer op datzelfde punt enkel mijn fase 1 en indien nodig 2 en 2,5 geven net zolang totdat ze in draf zou gaan.
Waarom deze strategie? Vanwege de spanning wist ik dat ik haar met gemak kon dwingen de draf in te gaan, met spanning en zonder dat ze er werkelijk bij nadacht. Op deze manier kreeg ze denktijd en zou ze vanzelf de draf aanbieden wanneer ze er emotioneel klaar voor was: het was haar keus. Uiteraard moet je je paard goed kunnen lezen en inschatten om te weten of dit de juiste aanpak voor hem/haar is.

Stap 3: iedere keer op een specifiek punt tilde ik mijn leidende hand op om haar de goede richting op te wijzen, indien ze geen reactie vertoonde gaf ik een korte stemhulp, en indien ze daar ook nog niet op reageerde zwaaide ik heel lichtjes met mijn stick in de andere hand. Zodra ze echter wel versnelde, al was het maar een enkele versnelde stap, liet ik haar met rust zodat ze wat ontspanning kreeg voor haar inspanning.
Dit hebben we werkelijk zo’n 20 keer herhaald (de eigenaresse was getuige zelfs geloof ik!) En uiteindelijk pakte ze zelf de draf op mijn fase 1: enkel het optillen van mijn arm. Dit in z’n geheel duurde zo’n 15 tot 20 minuten. Maar het gaat hier niet om de trainingsduur; meer om de kwaliteit!

Stap 4: haar naar me toe gehaald, uitgebreid beloond en geknuffeld (iets wat ze enorm waardeerde) en in haar geval haar vervolgens ook niets meer gevraagd. Deze oefening kostte haar al zoveel mentale en emotionele inspanning, dat het genoeg was voor vandaag. Daarbij wist ik ook dat als ik vervolgens weer met haar door de bak zou wandelen, haar spanning weer zou toenemen en daardoor zou ik een stuk van de beloning voor de oefening verliezen.
Een goed einde dus, en de dag erna was het een eitje om haar in draf te krijgen!

Onthoud dus: houd het kort en bondig! Geniet van je kleine succesjes, zoek eventueel nog een mogelijkheid om op een ander vlak iets aan je paard te leren, en breng hem dan netjes terug naar zijn ‘kamer’.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *