,

#3 De eerste baksnuffel

Welkom bij artikel 3 uit de serie 10 Eerste keren van het zadelmak maken. In het vorige artikel heb ik uitgelegd waarom en hoe je het beste een eerste check-up kunt doen voordat je echt met je paard aan de slag gaat. In dit artikel zullen we het hebben over de eerste ‘baksnuffel’ oftewel: de eerste keer dat je je (nieuwe) paard de bak of de plek inneemt waar je vaak met hem zult gaan werken. Dit kan uiteraard gaan om de binnen- of buitenbak, de roundpen of zelfs de poetsplaats. Het idee van zo’n ‘baksnuffel’ is vergelijkbaar met wat we ‘kuddetijd’ noemen.

Ik zorg er altijd graag voor dat de eerste keer dat ik een nieuw paard de bak in neem, een goede ervaring voor hem is. Een ervaring met weinig stress, een ervaring van nieuwe ontdekkingen die hij zonder al te veel druk kan meemaken. Op deze manier ontwikkel je niet meteen een negatieve associatie met de bak.
Je wilt namelijk niet dat je paard de rijbak ervaart met bijvoorbeeld adrenaline. Iets wat veel ruiters onbedoeld wel aan hun paard leren in de longeerring: sommige paarden hoef je maar een paar keer achter elkaar in de longeerring los te laten en ze flink wat rondjes te laten rennen, voordat ze vanzelf de associatie gaan leggen: longeerring = gelijk aan = adrenaline en rondjes rennen. En dan vragen we ons daarna af waarom het paard maar niet kalmeert aan de longe of onder de man.

De eerste keer dat ik een jong paard de bak in neem ‘mag’ bijna IMG_2200alles. Wat ik daarmee bedoel is natuurlijk niet dat het paard me omver mag duwen of aan me trekken of ander gedrag vertonen wat gevaarlijk of respectloos kan zijn. Hij krijgt echter wel de vrije teugel om zich te uiten en rond te kijken. De eerste keer dat ik bijvoorbeeld jonge appaloosa Takoda de bak in nam, liet ik zachtjes het touw wat door mijn handen glijden zodat hij wat meer ruimte kon nemen als hij wilde, en volgde ik hem rustig door de bak heen. Belangrijk is daarbij dat ik geen druk op het touw laat komen, en het paard mij ervaart als een neutrale buddy: ik laat mijn paard eerst zien dat ik zijn ideeën oke vind, voordat ik hem ga vragen van alles voor mij te doen.
Daarbij is het bijvoorbeeld oké dat het paard:

  • Van hand wisselt
  • Af en toe een draf pasje doet of juist stil gaat staan
  • Naar me toe komt
  • Een kijkje neemt bij de paarden die aan de andere kant van het hek staan
  • Een hapje gras neemt
  • Rolt
  • In de plassen stampt

Kortom: geef het paard de vrijheid om zichzelf op zijn gemak te maken met de plek waar hij straks aan het werk zal gaan. Wil hij een hoek niet in? Dat is oke! Geef hem de vrijheid dit aan te geven, en dan krijgt hij snel genoeg het vertrouwen om er toch met je doorheen te lopen. Je ziet vaak dat ze na een poosje enorm gaan ontspannen, en wees dus niet verbaasd als je na een kwartiertje een gapend, half slapend paard terug naar zijn paddock kan brengen.

Overigens zijn er uitzonderingen op deze vrijheid. Wanneer het paard ondanks alles toch erg gespannen is en rondjes gaat rennen is het slim hem te helpen kalmeren voordat je hem meer vrijheid geeft. Sommige paarden hebben nodig dat je ze aan de hand neemt en ze langzaam aan meer ruimte geeft. Een andere uitzondering is als het gaat om jouw veiligheid, die van je paard of de anderen in de omgeving. Zo maak ik een uitzondering als het gaat om hengsten, bijvoorbeeld als er andere ruiters in de bak zijn, of als er objecten in de buurt liggen waar het paard zich aan kan bezeren.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *